De winst komt toch vanzelf?
Het blijft elke maand in herhaling vallen bij het marktoverzicht. De Amerikaanse beurs blijft duur. Te duur.
De zogenoemde Buffett-indicator blijft stijgen; het is spannend om te zien hoe ver deze kan gaan.
Ook de Shiller PE nadert zijn hoogste punt ooit. Het enige wat ons nu nog weerhoudt van het niveau van 2000 is dat veel bedrijven destijds belachelijk duur waren zonder winst te maken. Dat is vandaag anders: de duurste bedrijven zijn ook winstgevend.
Die winst is echter niet voldoende om de huidige koersen te rechtvaardigen. Toch wijzen mensen dan steevast op de verwachte groei.
We zitten in ieder geval niet ver meer van het hoogste punt in de afgelopen twintig jaar. Het gemiddelde over die periode ligt inmiddels ook al 50% hoger dan het langetermijngemiddelde sinds het begin.
Ik hoop voor alle ETF-beleggers dat we terugkeren naar het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar; dan zou de S&P500 met 'slechts' 29% dalen. Maar als we teruggaan naar het historische gemiddelde sinds de start, moet de index meer dan halveren.
Ik blijf het herhalen: dit is echt een markt met twee gezichten. Dat blijkt ook uit onze uitgebreide selectielijst met koopwaardige aandelen. Aan de ene kant ben ik optimistisch over de kansen die zich voordoen, maar aan de andere kant zie ik het somber in voor wie zijn huiswerk niet doet.
Ook de Fear and Greed-indicator van CNN staat opnieuw op "Greed" voor de hele markt, inclusief de goedkopere kleinere bedrijven. Dit is een daling van de score van 67 ten opzichte van vorige maand.
Ik kan het blijven zeggen: dit is geen normale markt. De concentratie in een klein aantal bedrijven is te groot, en deze bedrijven zijn bovendien veel te duur. Het lijkt onvermijdelijk dat beleggers op een gegeven moment wakker worden en inzien dat dit niet het gewenste rendement zal opleveren.
Ze worden nochtans gewaarschuwd. Bank of America deed een onderzoek waaruit blijkt dat de S&P500 op maar liefst 19 van de 20 gemeten factoren overgewaardeerd is.
Het verwachte rendement volgens deze studie ligt voor de S&P500 op 1% tot 2%, inclusief dividenden.
De reacties die ik kreeg op X illustreren goed de huidige mindset. Toen ik iets postte over “Beleggen een leven lang,” reageerde iemand: “Beleg toch beter in een S&P500-ETF dan in Sofina; dat kost geen moeite en het rendement is hoger.”
Dit is feitelijk onjuist en een typisch geval van recency bias, waarbij korte-termijnprestaties als norm worden gezien. Sofina heeft de afgelopen 25 jaar beter gepresteerd dan de S&P500, zelfs nu Sofina ondergewaardeerd is en de S&P500 overgewaardeerd.
Toen ik op X aangaf dat ik, ondanks de recente lastige jaren, nog altijd tevreden ben met een samengesteld jaarlijks rendement van meer dan 11% over 20 jaar, kreeg ik de reactie: “Just invest in the index if you are happy with 11%.”
De S&P500 haalde over dezelfde periode echter 9,54%, inclusief dividenden, en dat was een uitzonderlijk sterke periode voor de index, terwijl mijn portefeuille net enkele zwakke jaren doormaakte.
Daarbij is het belangrijk om te onthouden dat de S&P500 momenteel een koers-winstverhouding heeft van 29,7, terwijl mijn portefeuille op 8,4 staat. Die discrepantie is niet te rechtvaardigen door hogere groei of lager risico.
Deze anekdotes uit de afgelopen week maken pijnlijk duidelijk hoe het huidige beleggerssentiment in elkaar zit. Rationaliteit lijkt verdwenen; men verwacht winst zonder moeite of toewijding.






