Waarde-aandelen vs waarde belegger
Op 9 maart geeft mijn partner in het beleggingsfonds, Joël Schols, een webinar over waardebeleggen en waarderen voor Spaarvarkens. Ik ben er zelf ook bij om de chatbox in de gaten te houden en deel te nemen aan de Q&A achteraf.
Inschrijven is gratis en kan via deze link: https://spaarvarkens.be/gratis-webinar-waardebeleggen
Waarde-aandelen vs waarde belegger
Er bestaat een algemene consensus over wat waarde-, kwaliteits- en groeiaandelen zijn.
Groeiaandelen zijn, niet verrassend, bedrijven die snel groeien, vaak met een omzetgroei van meer dan 20%. Of ze op dit moment al winst genereren, is voor de classificatie niet direct van belang, al is dat voor de belegger natuurlijk een ander verhaal. Cruciaal is dat er een grote afzetmarkt is waarin het bedrijf nog lang kan doorgroeien.
Iedereen droomt ervan de nieuwe Apple, Amazon of Microsoft te ontdekken aan het begin van hun groeitraject. Het idee is simpel: als je die ene grote winnaar voor de komende twintig jaar selecteert, compenseren die fenomenale rendementen ruimschoots de magere prestaties van de groeibeloftes die het niet waarmaken.
Bij kwaliteitsaandelen koopt men de winnaars van vandaag, in de verwachting dat zij ook morgen blijven winnen. Dit zijn bedrijven die al bewezen hebben een mooie groei neer te zetten (weliswaar iets trager) en daarop een solide rendement behalen. Hierbij is de ROIC (Return on Invested Capital) de ratio die de meeste aandacht krijgt.
Waarde-aandelen worden, volgens diezelfde zwart-witverhouding, vaak gedefinieerd als aandelen met een lage koers-winstverhouding of een lage koers-boekwaardeverhouding. Kijk je naar factorfondsen of ETF’s die zich op ‘value’ of ‘growth’ richten, dan zie je dat zij dergelijke kwantitatieve parameters gebruiken voor hun selectie. Het zijn ook deze indelingen die men gebruikt om strategieën op de lange termijn te vergelijken. En juist die vergelijkingen hebben ervoor gezorgd dat waardebeleggen de laatste jaren als ‘passé’ werd bestempeld.
Toch is het een misvatting om een waardebelegger te zien als iemand die enkel in goedkope koers-boekwaarde-bedrijven belegt. Een echte waardebelegger onderzoekt de fundamentele waarde van een bedrijf en slaat toe wanneer hij aanzienlijk meer waarde krijgt dan hij betaalt. Kwaliteit en groei zijn simpelweg onderdelen van die waarderingsoefening. Zoals Charlie Munger zei: “All intelligent investing is value investing.” Dat maakt de term ‘waardebelegger’ natuurlijk wat hol; in die optiek zijn groei- en kwaliteitsbeleggers die hun huiswerk maken, eigenlijk ook waardebeleggers.
Het onderscheid zit voor mij elders, namelijk in de bereidheid om een bepaalde prijs te betalen en de geëiste veiligheidsmarge. Dat komt voort uit een verschil in visie op de voorspelbaarheid van bedrijven.
Ik ben bijvoorbeeld niet op zoek naar de aandelen die over twintig jaar de ‘juiste’ bleken te zijn. Door mijn verleden in de fotografie en telecom besef ik maar al te goed dat voorspellingen doen voor een periode van vijf jaar of langer nagenoeg onmogelijk is.
Elk jaar stelden wij plannen en doelen op, en geen enkel jaar zaten we er ook maar in de buurt. Iedere ondernemer zal dit herkennen. Gedurende een jaar loopt alles vaak anders dan verwacht. Een cruciaal personeelslid vertrekt, een project loopt vertraging op, er komt onverwacht een grote order binnen, of de fiscaliteit verandert plotseling. Hoe groter het bedrijf, hoe kleiner de impact van één zo’n gebeurtenis, maar er zijn er dagelijks honderden, zo niet duizenden van deze gebeurtenissen bij deze grote bedrijven.
Als je je eigen sector op jaarbasis al niet kunt voorspellen, moet je niet de illusie hebben dat je dit voor grote multinationals over meerdere jaren wel accuraat kunt doen. Plannen is essentieel om iets te realiseren, maar het blijven plannen, geen zekerheden.
Het verschil tussen een waardebelegger en een groei- of kwaliteitsbelegger is voor mij dat wij niet gokken wie de winnaars binnen 20 jaar zijn. Ik zoek naar een portefeuille van aandelen die op de combinatie van groei, kwaliteit en prijs de meest aantrekkelijke belegging vormen voor de komende twee tot drie jaar.
Betekent dit dat ik aandelen geen twintig jaar wil houden? Natuurlijk wel, mits ze over die hele periode goed blijven scoren op diezelfde combinatie. Zo zit Sipef al bijna onafgebroken in mijn portefeuille sinds 2009 en kocht ik Ackermans & van Haaren al in 2008. Wel heb ik tussentijds posities vergroot of verkleind omdat de prijs ten opzichte van de berekende waarde schommelde, waardoor andere kansen soms interessanter werden.
Een waardebelegger jaagt niet blind op lage ratio’s. Een waardebelegger bepaalt door gedegen fundamentele analyse de werkelijke waarde en wil daarvoor fors minder betalen. Zoals Steve Mandel het treffend verwoordde: “I don’t need an analyst to tell me when a 10 PE stock is cheap. I need an analyst to tell me when a 40 PE stock is cheap.”
De waardebelegger is ervan overtuigd dat de prijs ertoe doet, iets wat we nu weer zien in de markt. Men geeft AI de schuld en termen als ‘Saaspocalyps’ vliegen ons om de oren. Toch is bijna elke belegger die ik spreek ervan overtuigd dat software niet gedoemd is. De recente koersdalingen komen niet omdat beleggers bang zijn dat deze bedrijven omvallen, maar simpelweg omdat de prijzen niet meer in verhouding stonden tot de realiteit van de winst en groei.
Misschien is ‘rationele belegger’ wel een betere term voor wat we doen: zo nuchter mogelijk een waarde bepalen.

